De meeste oog(sterkte)afwijkingen
houden verband met scherpstellen. Veel voorkomende afwijkingen zijn:
• Myopie = Bijziendheid
• Hypermetropie = Verziendheid
• Astigmatisme =
Cilindrische afwijking
• Presbyopie = Oudziendheid
• Amblyopie = Lui oog
Myopie
(Bijziendheid)
Bijziendheid (myopie) is een
oogafwijking die veroorzaakt dat iemand een voorwerp van dichtbij goed en
scherp kan zien, maar van een afstand niet meer. De oorzaak hiervan ligt in een
relatief te bol hoornvlies. Het licht dat het oog binnenkomt wordt te sterk
gebundeld en een voorwerp wordt vóór het netvlies geprojecteerd. Het brandpunt
moet echter óp het netvlies liggen om scherp te kunnen zien.
Hypermetropie
(Verziendheid)
Verziendheid (hypermetropie)
houdt in dat iemand voorwerpen op een afstand goed kan onderscheiden, maar dat
het lastiger is om dichtbij scherp te kunnen zien. Het is precies het
tegenovergestelde van bijziendheid: het hoornvlies is relatief te vlak,
waardoor het licht dat het oog binnenkomt onvoldoende wordt gebroken en het
voorwerp achter het netvlies wordt geprojecteerd.
Astigmatisme (Cilindrische
afwijking)
Soms is het hoornvlies
onregelmatig van vorm of ovaal (als een rugbybal) en dan ziet iemand alles
wazig, zowel dichtbij als veraf. In dat geval spreken we van astigmatisme of
een cilinder afwijking: het brandpunt ligt soms voor het netvlies, soms
erachter en soms erop.
Presbyopie (Oudziendheid)
‘Mijn armen zijn te kort’ is
de veelgehoorde boodschap van mensen – vaak rond het vijfenveertigste
levensjaar – die van dichtbij onscherp gaan zien. Presbyopie ontstaat doordat
de ooglens het vermogen verliest om voorwerpen van dichtbij scherp op het
netvlies af te beelden.
Amblyopie (Lui oog)
Met amblyopie
duiden we het onvermogen van één oog aan, om het gezichtsvermogen volledig tot
ontwikkeling te laten komen. We noemen het ook wel ‘lui oog’ en het is meestal
een gevolg van scheelzien of van een groot verschil tussen de sterkte van beide
ogen.
< < terug